February 16, 2021

Virtuele doping: de toekomst

In dit laatste deel van onze serie waarin we kijken naar de hacks en cheats die de ronde doen in professioneel gamen, beantwoorden we de belangrijkste vraag: wat kunnen we nu doen? Om maar meteen met de deur in huis te vallen, niet zo heel erg veel.

Hacks zijn in een mum van tijd uitgegroeid tot een enorme business, eentje die net zo lucratief zo niet lucratiever kan zijn dan professioneel gamen. De kans dat je van gamen je beroep kan maken is vele malen kleiner dan dat je met kennis van programmeertalen je eigen hack in elkaar codeert. Dat wil niet zeggen dat iedereen zomaar een hack kan coderen. Net zoals bij gamen het geval is, is het weldegelijk iets waar je ‘goed’ in moet zijn voor je er geld uit kan halen. Vorige week bespraken we het verschil tussen publieke- en privé cheats en ook toen bleek al dat juist de hacks die voor heel veel geld verkopen ontzettend ingenieus in elkaar zitten.

Daar ligt ook precies het probleem. Het maken van goede hacks is een kunst op zich. Voor veel cheatmakers is deel van de lol ook het kunnen omzeilen van de meest geavanceerde anticheat software. En hoe beter je daarin bent, hoe meer je hacks waard worden. Voor de ontwikkelaars van de anticheat software is het ook een kwestie van altijd achter de feiten aanlopen. Om daadwerkelijk cheats aan te kunnen pakken is het vooral zoeken naar een naald in een hooiberg van naalden.

Dan is het makkelijker om een programma op te zetten waardoor naalden gewoon helemaal niet meer aanwezig mogen zijn. Naalden die toch verschijnen zijn naalden die waarschijnlijk hacks bevatten. Oké, het is misschien een beetje een rare metafoor, maar dat is simpel gezegd hoe veel anticheats werken. Het probleem is dat dit een enorme inbreuk is op de PC van de gebruiker. Riot probeerde het met Vanguard, het anticheatsysteem dat in Valorant is geïmplementeerd. De ontwikkelaar kreeg veel kritiek omdat het te ingrijpend was en te veel blokkeerde. Kort gezegd liet Riot het niet meer toe dat er drivers (naalden) in hun omgeving kwamen die mogelijk hacks konden bevatten. Dat zorgde ervoor dat veel drivers geblokkeerd werden, zelfs als ze heel onschuldig waren. Dat bleek een te grote inbreuk en de kritiek die volgde zorgde ervoor dat Vanguard minder agressief werd. Het gevolg is dat in december van vorig jaar de servers van Riot overspoeld werden door cheaters.

Samengevat is het een combinatie van ontwikkelaars die worden teruggefloten als ze te indringend worden met hun anticheat software, cheatontwikkelaars die steeds creatiever worden en de exorbitante prijzen voor cheats die ondetecteerbaar zijn en waardoor het ontzettend interessant en belonend wordt voor spelers aan de absolute wereldtop om te cheaten. Wat dat betreft is het net zoals topsporters die doping gebruiken. Ze weten wat het is om op het uiterste van hun kunnen te presteren dus is het gemakkelijker voor ze om vals te spelen. De verbetering die ze krijgen is merkbaar, maar omdat ze zo goed zijn krijgen ze vaak het voordeel van de twijfel.

Hetzelfde geldt voor cheaters in esports. Omdat de meeste spelers zo talentvol zijn, worden ze vaak geloofd. “Ze zullen wel legitiem zijn, ze zijn immers prof.” En daar komt dan juist de aap uit de mouw. Juist omdat ze zo goed zijn weten ze hoe ze goed moeten cheaten. Voor hen is de sprong in skill net dat zetje dat ze nodig hebben om de allerbeste te worden. En dat maakt cheaten ook zo interessant.

Cheats en hacks blijven zo lang games worden ontwikkeld. Ze zijn onherroepelijk verbonden met spellen en daar moeten we het gewoonweg mee doen. Het enige dat wij kunnen doen is ervoor blijven straffen en blijven proberen om cheatontwikkelaars de pas af te snijden. Als we dat blijven doen, dan moeten ze op een gegeven moment toch echt een keer in het nauw komen te zitten.